Wendy van Loon


September-december 2006

Het verblijf
Na een lange reis stonden Nyoman en Eka met het bordje 'Pandan House Mrs Wendy Van Loan' klaar op het vliegveld en waren meteen erg vriendelijk. Tijdens de trip naar het Pandan House wordt mij al veel verteld over de familie, het landschap, de cultuur en tradities en ik verbaas me over het verkeer, de talloze offertjes en tempels langs de weg en de omgeving. De ligging van het Pandan House is prachtig en erg rustgevend. Het huisje waar Nyoman en zijn gezin wonen is erg primitief en ik krijg een kleine kamer. Dit betekent dat de kinderen bij de ouders op de kamer of in de woonkamer moeten slapen. Ik vind het vervelend dat ze nu zelf zo weinig ruimte hebben, maar het lijkt ze niet uit te maken. De douche is koud! Ik wist van te voren dat ik twee maanden lang koud zou douchen, maar als het dan zover is, is het toch erg koud!

Mijn wekker gaat elke dag om zes uur, ik sta rond 06.15 uur op en dan ben ik nog als laatste uit bed! De gastvrouw Wati staat dan al rijst te koken en om 7 uur komt de geur van knoflook en ui je al tegemoet. Ik probeer een aantal keer te helpen met koken maar moet goed oppassen met het snijden van de pepers aangezien ik een keer mijn handen nadien niet goed genoeg gewassen had en ik de heeeele dag tintelende vingers en een tintelende neus had (daar had ik natuurlijk aangezeten :-S).

Alles, maar dan ook alles is hier van rijst (drie soorten; witte rijst, 'sticky rice' en rode rijst). Van de plakrijst maken ze gekleurde tussendoortjes die best goed te eten zijn. Ook de hond (elk gezin heeft er een) en katten (ter bescherming van de muizen op het land) eten rijst. De parkieten krijgen gelukkig gewoon vogelvoer… Na een aantal dagen lukt het me, net als iedereen, om de rijst met mijn rechterhand te eten.

Na een weekje ben ik redelijk gewend aan het vroege opstaan en neem ik regelmatig een douche in de 'public bath', de buitendouches met vers water uit de bron. Je moet je voorstellen dat er drie stralen zijn voor vrouwen en drie voor mannen die zo ongeveer 50 cm boven de grond hangen. Dit betekent dat je zittend doucht en Balinese vrouwen zijn hier een ster in (ze zitten ook vaak op de grond of slechts op een laag krukje). Ik ben daarentegen nog niet zo geoefend en waggel een beetje onder de straal door. Vooral haren wassen gaat lastig... Scrubgel - no way! Daar heb je toch lavastenen uit het riviertje voor? Je kunt gerust een steen aan je halfnaakte buurvrouw geven en naar je rug wijzen, die wordt dan even fijn voor je gescrubd. Ook wordt hier de was gedaan en worden de koeien afgespoeld in het lagere gedeelte van het riviertje… Toch raar als er een koe voorbij komt terwijl je 'doucht' of je tanden poetst!

De hindu cultuur staat centraal in Bali. Mijn allereerste kennismaking met deze religie was tijdens de bruiloft van de buren waar ik in mijn op de markt aangeschafte sarong en bijpassende 'kebaya' (bloesje) naar toe ben geweest. Iedereen uit het dorp was er en ik voelde me behoorlijk opgelaten. 'You married?' was de meest voorkomende vraag van de avond en de populaire palmwijn, die ik overigens niet echt lekker vond, vloeide rijkelijk.

Tijdens mijn verblijf van twee maanden heb ik vele ceremonies bijgewoond. Over het algemeen is er een prettige sfeer in de tempels en had ik het idee dat iedereen die er was er ook werkelijk wilde zijn. De priester is geheel in het wit gekleed en neemt de gemaakte offers van de verschillende families in ontvangst. De hoogste tempel in de grote (familie)tempel is voor God. Het is een onzijdig figuur en de hoogste berg van Bali, de vulkaan Gunung Agung, wordt als symbool genomen. Deze God wordt als eerste vereerd. Dit doet men door de zelfgevlochten offermandjes vol met fruit, cake, rijst, ei, kip en andere lekkernijen neer te leggen terwijl de priester een gebed mompelt. Vervolgens worden de 'sub-goden' vereerd. Deze goden hebben ieder hun eigen specialiteit en staan tussen de God en de grond in. De belangrijkste drie subgoden zijn die van Water, Wind en Vuur. Tezamen vormen zij 'Om'. Als laatste worden de demonen vereerd en voor hen liggen de offers klaar op de grond. Er wordt ook aandacht aan de demonen besteed om ze gunstig te stemmen en de balans tussen het goede en het kwade in stand te houden, yin yang. Zodra alle offers gedaan zijn komen de 'misdienaars' om te aanwezigen te zegenen. Men wordt een aantal keer met water besprenkeld, men moet een aantal keer water drinken, en er wordt rijst achter de oren, op het hoofd, en aan de keel geplakt. Na afloop worden de meegebrachte offers weer mee naar huis genomen en geconsumeerd.

Ook in en om het Pandan House worden twee maal daags offertjes aangeboden aan de goden; 1 keer 's ochtends na het koken van de rijst en voor de lunch (wat gekookte rijst met zout op een bananenblad) en 1 keer 's middags voor het avondeten (gevlochten mandjes met ongekookte rijst, bloemen, gras en een wierookstokje).

Kortom, ik heb ontzettend veel gezien en geleerd van de Balinese cultuur. Verder heb ik tijdens mijn verblijf samen met twee andere vrijwilligers van Fair Ground Sessions een boer 'geholpen' met rijst oogsten (we stonden een beetje te klungelen), zijn we op visite geweest bij een familie op het platteland, hebben we offermandjes gevlochten, kroepoek leren bakken, ben ik naar een Balinees dansschooltje geweest en heb mooie excursies gemaakt naar onder andere Tanah Lot, Ubud, Batur en Singaradja.

Het sociale project
In juni 2005 is er een huis gebouwd op het parkeerterrein van Pandan House. Dit gebouw is gemaakt door lokale arbeiders en met primitieve middelen met een uitstekend resultaat. Het gebouwtje bestaat uit twee ruimten waar cursussen worden gegeven aan kinderen in de leeftijd van 10 tot 19 jaar uit het naast gelegen dorp Pandan. Eén kamer is ingericht als computer leskamer en de andere kamer is ingericht als huiswerk- of leeskamer. Het doel is jongeren naast hun reguliere schooltijden gratis cursustijd aan te bieden waardoor ontwikkeling wordt gestimuleerd.

Als vrijwilliger ben ik samen met Eka (gids van Pandan House en begeleider van het sociale project) begonnen met het installeren van spelletjes op de computer. In de eerste weken durfden de kinderen niet echt te komen, omdat ze nog nooit les hadden gehad van een blanke lerares, maar op een gegeven moment begon het beter te lopen en hebben we een goed lesrooster kunnen maken; de jongens kregen op donderdag- en zondagmiddag les en de meisjes op dinsdag- en zaterdagmiddag.

Vooral het organiseren van een zwemwedstrijd in het waterpaleis van Tirtagangga, dat een groot succes was, heeft ertoe bijgedragen dat we veel kinderen hebben weten over te halen om naar de gratis lessen te komen.

We hebben ons voornamelijk gericht op Word-lessen, maar ik heb ook Engelse sprookjes voorgelezen en ze Engelse woordjes geleerd. Daarnaast hebben de kinderen via Engelse cd-roms leren tellen en leren klokkijken. Zowel de jongens als de meisjes hebben veel geleerd en ik hoop dat ze straks op de middelbare school een voorsprong hebben op de andere kinderen.

Mijn taak was naast het lesgeven aan de kinderen, me ook te richten op de ontwikkeling van het personeel. In principe heb ik elke dag een Engelse les gedaan met Iluh en Putu, de meiden die in het hotel werken, heb ik Nyoman wat geleerd over Excel en Eka wat kennis kunnen bijbrengen over Excel, Internet, PowerPoint, het branden van CD's, etc. Het was geweldig om met hem samen te werken omdat hij een enorme brede interesse heeft en alles snel oppakt.

Aan het eind van mijn verblijf kwam Fred Fonk, de Nederlandse eigenaar van Pandan House, op bezoek. We hebben het sociale project verder uitgebreid en het Pandan House beschikt nu over vijf pc’s, een printernetwerkje, speakers en koptelefoontjes zodat de kinderen goed afzonderlijk kunnen leren. De interesse en het enthousiasme van de kinderen, samen met de toewijding van het personeel van het Pandan House, moeten ervoor zorgen dat dit project een succes blijft. Ik ben blij dat ik een steentje heb bij kunnen dragen aan dit project en ben dankbaar voor deze bijzondere ervaring.