Niels Koldewijn


Juni 2005


Balans op Bali
Na een bijzonder relaxte stop in Australië is vandaag de laatste dag van mijn reis zo'n beetje aangebroken. De afgelopen twee weken heb ik op Bali, Indonesië doorgebracht. Zoals vele plaatsen die ik heb aangedaan tijdens mijn reis is bali een eiland van contrasten. Het beeld dat je van Bali hebt als paradijs wordt rijkelijk bevestigd door mooie zonsondergangen, prachtige rijstvelden, vriendelijk lachende mensen, palmbomen, etc... Maar ondanks de relaxte u uitstraling van het eiland is het vaak behoorlijk hectisch. Achter de brede lach schuilt regelmatig de lach van een 'boer met kiespijn' op een plek in het Oosten waar het relatief behoorijk Westers kan zijn en een plek waar een hete strijd gaande is om de dollars of euro's van de toerist.

Ik heb mij zelf vrij snel losgemaakt van alle gekte, heb een autootje gehuurd en ben naar gedeeltes van het eiland gereden waar het een stuk rustiger is en je meer de kans krijg om de echte Balinees te leren kennen. Het grootste gedeelte van de bevolking is hindu en stap voor stap ben ik veel te weten gekomen over deze religie. Het interessante is dat veel draait om balans. De hindu's bidden elke dag naar meerdere goden, bijna allemaal gekoppelt aan elementen. Zoals de god van het water, de god van de wind, de god van de aarde en god van het vuur. Deze elementen moeten in balans zijn. Zo bezocht ik ook de moedertempel, de Pura Besakih, waar in de bouw van een gigantisch tempelcomplex bij grote poorten aan de linkerkant de goede geesten en rechts de slechte geesten waren afgebeeld. Wederom balans en dat is overal te vinden in de religie van de hindu's.

Ben je in balans met de goden, dan ben je in balans in het leven. Opvallend is dat deze gedachtegang in religie zo nadrukkelijk wordt toegepast, maar in het dagelijks leven vaak minder van toepassing is. Er wordt veel gewerkt met een korte termijn visie, snel geld verdienen, vandaag eten op tafel, wat aangewakkert wordt door felle concurentie om het geld van de toerist. Het schoolvoorbeeld is Kuta, waar je soms helemaal gek wordt als je over straat loopt. Iedereen biedt een dienst aan of verkoopt iets. 'transport mister?' 'hello sir, you want buy this?' ' transport mister?' 'hallooooo, massage mister? No you come back later yes?' 'transport mister?' NO! Ik hoef geen derde zonnebril en ik heb m'n eigen transport. Dat laatste is ook een reden om aangesproken te worden, maar dan door de politie. Er is altijd wel iets mis met je auto, je rijbewijs of je rijgedrag en met 50.000 rupia voor meneer agent is alles weer in orde hoor...

Je zou ze allemaal willen zeggen dat als ze zo doorgaan dat er op een bepaald moment helemaal niemand meer komt omdat ze gek worden om als lopende portomonaiie gezien te worden of op een dergelijke manier behandeld te worden, pertinent. Maar de strijd met resultaat op korte termijn wint het zonder moeite van lange termijn denken. En het is ook te verklaren en is helaas erg toe te wijden aan een dramatische gebeurtenis een paar jaar geleden in Kuta... iedereen spreekt er over als 'de bom'.

Voordat terroristen een bom in een club in het drukke Kuta lieten ontploffen was toerisme een stabiele en goede bron van inkomsten voor Bali en de Balinezen. Balinezen waren van origine rijstboeren en waren daarmee vaak in staat hun familie te voeden en een klein zakcentje te verdienen. Velen zagen het heil in toerisme en verkochten hun land om een hotel te beginnen of gebruikten hun land om een hotel op te bouwen. Toerisme was het! En toen ineens 'Boem'. Een klap in Kuta, maar ook zeker een klap voor heel Bali. Het toerisme klapte in elkaar de eerste maanden erna en krabbelde daarna stap voor stap terug, maar het is niet meer zoals het ooit was en vele hoteleigenaren hebben moeten opgeven. De boeren zijn nu degenen die nog kunnen eten zonder zorgen wordt wel gezegd, voor toeristen moet je strijden, vooral in gebieden met veel concurrentie. Het is dan wel korte termijn overlevingsdenken, maar zonder de inkomsten kan de huur niet betaald worden, kan er niet normaal gegeten worden, kunnen de kinderen niet naar school, met alle gevolgen van dien.

Toch zijn er op Bali zeker nog plekken waar de balans tussen korte termijn verdienen en lange termijn behoud iets meer van toepassing is. Al vlug na mijn aankomst heb ik twee nachten doorgebracht in het Pandan House. Dit prachtige guesthouse ligt in het redelijk rustige westen van Bali in een kleine Banjar (buurt in het Indonesisch). Het Pandan House ligt van de grote weg, net als het grootste gedeelte van de mensen in deze banjar. Het grootste deel werkt hard in de rijstvelden om eten op tafel te kunnen zetten. Het Pandan House is het enige gastverblijf in de kleine community en doet het redelijk goed. Maar ze doen het niet alleen voor hunzelf en staan niet langs de weg te schreeuwen om je naar binnen te krijgen. Ze spenderen hun tijd liever aan een goed verblijf van hun gasten of het ondersteunen van de lokale bevolking met een aantal projecten die zij op hebben gezet.

Op hun terrein wordt er hard gewerkt om een extra ruimte op te bouwen waar computerlessen en naailessen gegeven gaan worden. Gedoneerd materiaal waar met genoegen gebruik van wordt gemaakt. De familie gaat heel bewust met hun positie binnen de banjar om. Naast dat de lokale jongeren met deze projecten geholpen worden, werken er onder andere lokale jongeren aan het gebouw, kopen ze lokaal hun eten en andere spullen in en zijn betrokken bij de wekelijkse straatschoonmaakactie. Niet alleen de familie die het Pandan House runt profiteert er van, de hele banjar gaat er op vooruit.

Dit is ook te merken als ik een wandeltje maak met Nyomann, de man des huizes, over een hobbelig paadje door de buurt. Iedereen lacht je toe, is geïnteresseerd wie deze nieuwe gast nou weer is en met handen en voeten werk valt er aardig wat te communiceren. Ik zal daar mijn gasten graag laten verblijven, het is een hele leuke familie en je krijgt de kans om het echte Bali en de echte Balinees te zien. Dag twee ga ik met de man en vrouw des huizes naar het prachtige waterpaleis, Tirtagangga waar een groep schoolkinderen mij toejuicht als ik een frisse duik neem, salto, salto, salto!

We gaan naar een lokale markt waar alle kruiden, soorten rijst, soorten fruit, duizenden sarongs en andere waren te koop liggen. Geen toerist te bekennen en ik proef vruchten waar ik nog nooit van gehoord had. Het mooiste die dag is dat we een bezoek brengen aan het koninklijk paleis van Amlapura. Voordat Indonesië een republiek werd woonde de koning van westelijk Bali in dit prachtige complex. Zij waren zeer gezind met de Nederlanders en de zoon van de koning schijnt met een Nederlandse getrouwd te zijn en jaren in Nederland gewoond te hebben.

De koning is niet meer in functie, maar het is nog steeds een familie met aanzien en invloed. Het paleis wordt alleen nog maar gebruikt voor ceremonies en familiebijeenkomsten, vertelt Nyomann mij en weldra loopt het hele gevolg inclusief de oud koning van Amlapura het terrein op, want ze hebben het een en ander met de familie te bespreken. Ik word vriendelijk de hand geschud, gevraagd waar ik vandaan kom en als het woordje Amsterdam naar boven komt gilt de man, "Ah, Mokum!" en een heel gesprek in het Nederlands volgt. Een uitzonderlijke situatie zo blijkt achteraf.

Een andere situatie op Bali waar men meer op zoek moet gaan naar balans is op het gebied van milieu in de breedste zin. Vooral met straatvuil en rommel gaat men behoorlijk slecht om. Opruimen hoeften ze nooit te doen, want alles werd voorheen door de natuur opgenomen, zoals bananen en mais. Maar plastic en glas ho maar. Maar de omschakeling naar opruimen of zelfs recyclen is ongehoord en men gelooft er niet echt in. Bij het Pandan House en op meerdere andere plekken worden er regelmatig schoonmaakacties gehouden, maar twee seconden later wordt alles weer op de grond gemikt.

Een ander probleem is het behoud van al het natuurschoon en met name wat de oceaan biedt. Bijvoorbeeld in Lovina wordt je overal aangemoedigd de prachtige zonsopkomst dolfijnentocht te doen. Mooi toch, dolfijnen bij zonsopkomst, op een echte Indonesische vissersboot... Het is werkelijk een drama, de bewuste ochtend varen er een stuk of dertig boten als gekken achter een school dolfijnen aan wat meer op een soort jacht lijkt. Ik voel me echt een lul de behanger toerist op het moment dat ik al die bootjes om me heen zie en de dolfijnen hun rust verstoord zie worden. Vervolgens gaan we snorkelen op een stuk waar het koraal al heel erg aangetast is. Buiten dat duikers stukjes koraal 'aanraken', vissen veel vissers met dynamiet. Hoezo hengel, ouwerwets man!

Ik vlucht van Lovina naar Pemuteran, waar ik mijn hart kan ophalen met twee Australiers die de balans weer heel goed rechttrekken. Ook zij hadden problemen met dynamietvissers en de schildpadden die hun eieren kwamen leggen op hun stranden werden vermoord door de locals voor de desbetreffende eieren en hun schild. Schildje kopen? Chris en Paul hebben een duikschool en werken zeer goed samen met de lokale bevolking van Pemuteran. Ze werken niet meer met dynamiet, ze hebben zelfs een koraalbeschermingsteam. De schildpadden worden ook beschermd, omdat voor elk gevonden ei ze geld krijgen, zodat ze die niet meer hoeven te verkopen en op de duikschool hebben ze de faciliteiten om de eieren en de kleine schildpadjes op te laten groeien tot ze groot genoeg zijn om zelf de weide oceaan in te trekken. En je kan de kleine rakkers daar een handje bij helpen :)

Zij zijn een schoolvoorbeeld van hoe ontwikkeling en bescherming hand in hand met elkaar horen te gaan. Als je de betrokken niet laat inzien dat zij er niets mee bereiken als ze de zee leegroven, ze toch hun inkomen niet afneemt en ze dan ook nog eens opleid... petje af. Een aantal getalenteerde jongeren werken in de duikschool en als tegenprestatie wordt hun schoolcarrière gesponsort. Schildpadden blij, lokale bevolking blij, duikschool blij, toerist blij, iedereen blij, een win win situatie zoals dat overal zou moeten.duikschool blij, toerist blij, iedereen blij, een win win situatie zoals dat overal zou moeten.
Ik ben de afgelopen twee weken bezig geweest met het zoeken naar dat soort plekken en organisaties op dit prachtige eiland. En gelukkig zijn er naast het Pandan House en het schildproject nog veel meer en helaas zijn er ook veel meer problemen. Opvallend is hoe binnen het aidsprobleem een parallel is te zien met de Zuid Afrikaanse situatie. Men negeert het probleem. Wij sex? Nee joh, ben je gek! Het is het probleem van de homo's en de drugsgebruikers zeggen ze, maar helaas komt het ook thuis bij de gemiddelde Balinees. De cijfers kloppen ook zeker niet en het probleem is al omvangrijker dan men wilt weten. Of het zo dramatisch is als Zuid Afrika durf ik niet te zeggen, maar het is een situatie die niet onderschat moet worden en zeker niet genegeerd moet worden...

Dus genoeg werk aan de winkel hier op Bali en genoeg ruimte voor FGS om hier een goede bijdrage aan te leveren. En het is het deurtje naar de rest van Indonesië, waar er nog veel meer op ons ligt te wachten. Maar first things first, Niels gaat naar huis, gaat goed bijpraten met Dionne en we gaan maar eens echt beginnen! Bali is een geweldige afsluiter van een meer dan bijzondere reis. Het heeft mij veranderd, stapje voor stapje. En net als bij vertrek uit de andere bestemmingen ga ik weg van Bali met een hoop motivatie en enthousiasme om onze plannen voor elkaar te krijgen. Onze plannen om iedereen te laten zien hoe geweldig het is om dichtbij mensen en hun cultuur te komen, door samen met ze te werken en op een positieve respectvolle manier met elkaar om te gaan. En vooral samen te lachen en te genieten!

Tot binnenkort in Nederland. Groetjes uit Bali.

Niels Koldewijn
Hellebaardier 66
1188 CW Amstelveen
+31 641 136809
niels @ fairgroundsessions.nl